Kon ik maar altijd in Suriname blijven

Na een lange, maar plezierige vlucht komen we aan in Suriname. Surinamers die hun familie gaan bezoeken of terug komen hebben heel veel bagage bij hun. Niet te geloven…  Bij de douane is alles heel oubollig. Wel grappig om te zien. We hadden eerst twee dagen om te wennen aan het klimaat in Paramaribo. We verblijven daar in een vast hotel, waar we elke keer terug keren en waar ook onze spullen blijven die we voor de volgende trips niet nodig hebben. De eerste avond, zaterdag, gaan we de stad in. Heerlijk gezellig eten en voor weinig geld. Auto’s rijden constant rondjes in het centrum met de radio heel hard aan. Ik moet gelijk aan die ene reclame denken hihihi. Auto’s zijn hier heel belangrijk en ja dat moet je iedereen laten zien natuurlijk. De volgende dag gaan we fietsen door de jungle en echte roti eten. Wat een prachtig land. Huizen zijn vaak slecht onderhouden, maar er staat wel een prachtige auto voor de deur. Ik begin het al te begrijpen.

 

De derde dag gaan we naar Galibi. We worden door een chauffeur opgehaald, die ons naar Albina brengt. De chauffeur praat aan één stuk door. Het dichtbevolkte gebied in Suriname is natuurlijk heel klein. Hij vertelt waar Bouterse woont en Ronnie. We komen overal langs. De wegen zijn slecht, heel slecht. Aangekomen in Albina worden we opgehaald door een hele grote Indiaan. Hij brengt ons verder naar Galibi per boot. We komen op weg daar naar toe dan in een keiharde regenbui met storm terecht. De Indiaan verblikte en verbloosde niet. Wij konden niet meer van het lachen. Het leek de film de Storm wel. De Indiaan, sorry ben zijn naam vergeten, verzorgt ons de aankomende dagen in Galibie en probeert ons op allerlei manieren te vermaken. Het is daar prachtig. We hebben een klein appartementje. Er wordt voor ons heerlijk gekookt en ...

Lees verder

Monique in hangmat

Reageren